|
Wat is eigenlijk het verleden?
Het is een herinnering aan bepaalde gebeurtenissen van eigen interpretatie in een bepaald tijdvak in een bepaalde periode van het eigen leven. Is die interpretatie juist? Er is natuurlijk een massa vergeten. Het is de herinnering, die als een gouden draad door het verleden loopt en waarvan hier en daar, met grotere of kleine afstanden, een steekje is opgenomen. Al die steekjes tezamen vormen dan een verhaal.
Mijn verhaal is de optelsom van vertellen, luisteren en eigen waarneming over een tijdvak van ruim honderd jaar. Mijn moeder werd geboren in 1862 en haar herinneringen beginnen drie of vier jaar later. Ik werd geboren in 1901 en mijn eigen waarnemingen dateren eveneens van drie of vier jaar later. Haar en mijn herinneringen vallen dus gedeeltelijk over elkaar.
Door haar vele verhalen, in de schemeruren aan mij verteld, heeft zij het leven, zoals dat gedurende de tweede helft van de 19e eeuw in de “Kop van Noord-Holland” werd geleefd, voor mij opengelegd. Een leven dat een eideloze herhaling was van een vlak alledaags patroon en waarin geen andere interesse bestond dan voor het eigen bedrijf, het eigen gezin en het dorps-gebeuren. Ze wisten wel dat er een oorlog gaande was tussen Frankrijk en Duitsland, maar het was zover weg en de berichtgeving was uiterst schaars. En bovendien lazen ze die nauwelijks. Zij volstonden met te zeggen, Ze doene maar, of, met een schouderophalen, ’t is puur ver van moin bed.
Sociale onvrede was een woord dat niemand zou hebben begrepen, gewend als zij waren aan een generaties-lang aangekweekte gehoorzaamheid, dienstbaarheid en gelatenheid. Speciaal deze laatste eigenschap hadden ze allen vele malen in hun leven nodig, totaal afhankelijk als ze waren van het wisselende klimaat, dat oogsten deed slagen of mislukken en waar ze machteloos tegenover stonden. Niet zelden lag een boer in zijn bedstee te luisteren naar regen en wind. De wind legde het koren plat en de regen maakte de halmen zwaar, zodat ze zich niet meer konden
oprichten en dan wist hij dat deze oogst verloren was. De volgende morgen, als de lucht schoongeveegd leek, stond hij zwijgend, en naar het uiterlijk ongeschokt naar de ravage te kijken en berekende dat er voor de komende winter niet genoeg voedsel zou zijn voor mens en dier.
Deze onzekerheid deed ze zuinig zijn. Men wist immers nooit waar men op rekenen kon en door de jaren heen werd ook deze zuinigheid een eigenschap, die zich handhaafde, ook als het niet noodzakelijk was.
Zij vertelde over haar jeugd, hoe zij leefde met haar drie broers en twee zusters op de boerderij van haar vader Klaas Azn. Wit en haar moeder Maria Makkes. Hoe zij naar de school gingen van Meester Albada met de 12 uur stikken in een zakje. Over hun vreugden en verdrietelijkheden, over de hoogtijdagen van de oogst en de kermis, over hun vrijerijen en ingebouwde angst voor hun vader, waarvan ze een schaduw behielden tot hun dood. Over hun nauwelijks merkbare, maar diepe genegenheid voor elkaar, over de devote liefde voor hun Moeder en de beminde grootvader.
Helaas heb ik mijn Grootmoeder niet gekend. Zij stierf in 1901 op zeventig-jarige leeftijd, in hetzelfde jaar waarin ik, zes maanden
later werd geboren. Maar ik was zestien jaar toen mijn Grootvader stierf. Hem heb ik dus zeer gooeg gekend.
Via deze verhalen heb ik het leven van mijn ooms en tantes vanaf hun prille jeugd kunnen volgen tot ze allen getrouwd waren en reeds kinderen hadden. Vanaf die tijd begint mijn eigen waarneming, waar doorheen nog altijd mijn moeders herinneringen gemengd werden want in haar latere levensjaren begon haar wereld klein te worden door een toenemende blindheid, waardoor ze zich meer en meer in het verleden verdiepte. De levensgang van mijn ooms en tantes heb ik verder kunnen volgen tot hun aller dood en ook de meesten van hun kinderen zijn reeds overleden.
Met mijn één en zeventig jaar, ben ik veruit de jongste van de familie, en waarschijnlijk zal mijn laatste twee neven, die beide ver over de tachtig zijn, overleven. Met mij sterft het geslacht van Klaas Wit uit want hij heeft geen mannelijke nakomelingen en mijn zoons dragen uiteraard de naam van hun vader. Ik wil dan deze terugblik beginnen bij mijn Grootvader Klaas Azn. Wit, die werd geboren in 1833.
…. 0 ….
Maria Lucieer Wit deel 2
|